Geschillencommissie

Elk geschil tussen opdrachtgever en de ondernemer over de totstandkoming of uitvoering van de overeenkomst, over de nota en/of betaling, ook al wordt dit geschil slechts door een hunner als zodanig benoemd, zal zowel door de opdrachtgever als de ondernemer kunnen worden voorgelegd aan de geschillencommissie van het Uitvaartgilde. De ondernemer is verplicht het adres van de geschillencommissie op eerste verzoek aan de opdrachtgever/cliënt te verstrekken.

Een geschil wordt door de geschillencommissie van het Uitvaargilde slechts in behandeling genomen, indien de opdrachtgever/cliënt zijn klacht eerst aan de ondernemer heeft voorgelegd. Uiterlijk 13 weken nadat de klacht aan de ondernemer is voorgelegd dient het geschil schriftelijk bij de geschillencommissie van het Uitvaargilde aanhangig te worden gemaakt,

De geschillencommissie van het Uitvaartgilde doet uitspraak.

De beslissing van de geschillencommissie hebben het karakter van een, voor beide partijen bindend advies. Bij toewijzing van een geldende tegemoetkoming aan klager/cliënt adviseert de geschillencommissie van het Uitvaargilde tot ten hoogste het bedrag van de uitvaartnota na aftrek van de voorschotten aan derde welke betaald zijn door de ondernemer.

Voor de behandeling van een klacht kan (in bijzondere gevallen) van de opdrachtgever/cliënt een vastrecht worden gevraagd van max. 3% van het bedrag van de uitvaartnota met een minimum vastrecht*. De hoogte van het maximale vastrecht zal bekend worden gemaakt bij het aanhangig maken van een geschil en zal worden bepaald door het Uitvaartgilde. Vaststelling van het minimum vastrecht zal jaarlijks worden bepaald door de leden van het Uitvaartgilde. Indien de opdrachtgever/cliënt in het gelijk is gesteld zal het bedrag aan vastrecht worden teruggestort.

Samenstelling van de geschillencommissie

In de geschillencommissie hebben drie leden van het Uitvaartgilde zitting. Dit in wisselende samenstelling.